Biografie Jacobus van Looy

Jaapje, Jaap, Jakob
De carrière van een weesjongen
Het verhaal: Als jongetje van vijf belandde Jaapje van Looy, samen met zijn zusjes Kee en Jansje in het weeshuis aan het Groot Heiligland in Haarlem, het gebouw dat nu het Frans Halsmuseum huisvest. De kinderen sliepen boven in een grote zaal
.
De schrale maaltijden werden opgediend in de eetzaal. De school was in het gebouw.
Eenmaal per week werden de kinderen afgeschrobd in de waskeuken. Wie ondeugend was kreeg een pak slaag en werd eenzaam opgesloten. De wereld van de gevoelige Jaapje was hard en benauwd. Zelfs zijn zusjes die streng gescheiden woonden op de meisjesafdeling zag hij zelden of nooit. Later heeft hij de sfeer prachtig beschreven in de trilogie: Jaapje, Jaap, Jakob, bijvoorbeeld die warme zomeravond toen onweer dreigde:
“Te hoop gescholen zaten zij op een bank bij de tafel onder het flakkerend gas, de meisjes in hun nachtjurk, de jongens in hanssop, bibberig langs hun rug, de bloote beenen door de vrees verkrompen. “Mach! “, riep de moeder. “Ga en keer oogenblikkelijk de spiegel in mijn kamer om.” Ze strikte de band om haar middel en zeide: “Zondaarskinderen, bidt dat de Heer je niet treffe in Zijn toorn, het onweer is vlak boven het Huis.”
Op elfjarige leeftijd moest Jaap geld verdienen voor het weeshuis en een vak leren.
Dat betekende dat een deel van zijn leven zich buiten het weeshuis afspeelde. Er ging een wereld voor Jaap open. Hij liep door Haarlem, moest boodschappen doen en kwam in aanraking met het bruisende leven van alledag. Eerst werkte Jaap op een drukkerij. Toen hij vijftien was kwam hij in de leer bij een rijtuigschilder. Later beschreef hij de ramp die daar plaats vond, nadat de baas een rijtuig had afgelakt:
“Jaap hield de wacht in ’t schemerig ruimtetje. Zijn adem inhoudend bijna en zonder drukken op den grond, bewoog hij achter het rijtuig om, vol ontzag voor de watergladde paneelen. En toen, ineens, schrok hij zich koud, hij had in het achterpaneel, ’t gevreesde grijze vlekje gezien.
“Baas!”riep Jaap gedempt om de hoek van de deur, “er zit een mot in het achterpaneel.
“”Ach, lieve Jezis!”, kreet de baas en kwam met dikke knieën aangestapt. Hij stond er voor, keek de vernieling stijf aan; het zat bijna middenin, dicht bij het raampje; de baas zijn gezicht was akelig grauw; hij draaide zich om, waggelde, greep, naar boven en trok zich de haren uit zijn kop.”
 ’s Avonds ging Jaap naar de avondschool, waar hij vooral opviel door zijn tekentalent. Zijn leraar adviseerde de regenten om de jongen naar de academie te sturen, maar daar was geen geld voor. Gelukkig had een van de regentessen voor Jaap van jongsaf aan een zwak. Zij krijgt het geld bij elkaar om hem te laten studeren. Bij het eindexamen valt Jaap op met zijn schilderij Eva en Abel, het bijbelse verhaal van de broedermoord van Kaïn en Abel.
In datzelfde jaar wint Jaap een gedeelde Prix de Rome en gaat hij op reis naar Italië. De jonge schilder zwelgt in de nieuwe indrukken. Hij werd bevangen door reiskoorts die hem later onder meer naar Noord-Afrika bracht, waar hij tot prachtig werk werd geïnspireerd. Hij ontmoet kunstenaars uit alle windstreken, vluchtige maar voor Van Looy onvergetelijke ontmoetingen.”Wij gingen op dezelfde eigendommelijke wijze van elkander. Hij begeleidde mij een eindje met de spoor, toen ik verder moest reizen. “Neen”, zei hij langzaam toen ik aandrong af en toe elkander een brief te schrijven, “laten wij dat niet doen; laten wij elkaar de hand nog eens drukken, niet de herinnering bederven van ons aangenaam, samenzijn.”De volwassen Jakob blijkt over een dubbeltalent te beschikken: schilderen en schrijven. Hij vertelt verhalen met zijn schilderijen. Hij schildert met woorden. Zijn onderwerpen zijn veelzijdig. Jonge kinderen op het platteland, zoals Aaltje met de geit. De natuur om hem heen, de bloemen in zijn tuin.

Van Looy depot in het Frans Hals Museum 2004

http://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=looy001

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.