Dubbeltalent

Gold bij de klassieken of in het Italië van de renaissance het bezitten van meerdere talenten als een groot voorrecht en een hulpmiddel om de status van “homo universalis”, de complete mens, te bereiken, in het calvinistische Nederland was dat zeker niet het geval. Tussen schrijvers en schilders bestond de discrepantie over het belang van schilder- boven schrijfkunst of omgekeerd. Schilders die gingen schrijven of schrijvers die zich aan schilderen waagden werden door hun collega’s gewantrouwd en door de kritiek onder het mom van het vermaledijde gezegde “schoenmaker houd je bij je leest” neergesabeld. Voor de onzekere en voor kritiek gevoelige Van Looy was dat funest. Weliswaar werden zowel zijn literaire werk als zijn schilderkunst gewaardeerd maar op den duur boog Van Looy toch voor de kritiek. Zijn doeken exposeerde hij niet of nauwelijks meer en schilderijen en tekeningen maakte hij voornamelijk voor vrienden en voor zichzelf. Met zijn boeken ging dat anders. Het lezerspubliek gaf van zijn waardering blijk door eenvoudigweg gretig boeken te blijven kopen zodat herdruk op herdruk volgde, een riem onder het hart van iedere schrijver.  De beste criticus is de tijd, omziend na een eeuw kan men constateren dat het schilderwerk van Van Looy buitengewoon wordt gewaardeerd,  een verschijnsel passend in de hernieuwde belangstelling voor de 19de eeuw en dan niet alleen het Haagse- of Amsterdamse impressionisme, maar ook de romantiek en het realisme van Van Looy. De boeken van Van Looy zijn voor de moderne lezer wat ouderwets,  de neologismen in het spoor van de Tachtigers vaak te gewild, de beschrijvingen soms te omslachtig, maar daar staat tegenover dat Van Looy een enorm beeldend  vermogen bezit dat zowel in het schilderen  als het schrijven tot uitdrukking komt. Wie echt wil doordringen tot de kern van de schilderijen doet er goed aan bijvoorbeeld de verhalen over zijn jeugd in het weeshuis op te slaan bij het beschouwen van schilderijen als  het weesmeisje of het bultenaartje, of de novelle over de dood van zijn kat. Hoe vaak wordt niet verzucht: “Wisten we maar wat de schilder bewoog, maar hij heeft er niets over gezegd of geschreven. “Welnu de boeken, gedichten, aantekeningen en brieven van Van Looy geven ons ruimschoots gelegenheid om diep in zijn schilderijen en tekeningen door te dringen.”

Kloos over Van Looy

De dichter Willem Kloos schreef het volgende stukje over het dubbeltalent van Jacobus van Looy

“…. de van alle andere onderkenbare geestelijke eenheid, die Jac. van Looy heet, is juist daarom zoo merkwaardig. ja, eenig-bijzonder , omdat zij een dier wonderlijke boomgestalten lijkt, zooals men wel eens bij het wand’len ziet in onze Hollandsche bosschen, welke onmiddellijk bij den grond zich in twee gelijk-sterke stammen verdeelen, die beide even ferm omhoog gaan, gezond en groeienskrachtig, in één weligen overvloed van takken en levend groen, die eene stam bij Van Looy is de schilderkunst, de andere de literatuur; en evenals bij zoo’n boomgestel geen der beide uitlopers de voornaamste is: zij komen alleen maar, van elkaar onafhankelijk, uit denzelfden onderbouw van wortels en gemeenschappelijk draagvlak, zoo zijn ook de twee kunsten bij Van Looy, gelijkgerechtigd, en ofschoon zij natuurlijk van dezelfde soort zijn, en dus iets van elkander weg hebben, krijgt geen der beide kunsten (…) den meerderheidsvoorsprong, en dus de overhand.”
(Overgenomen uit de brochure over Jacobus van Looy, Kijken in Haarlem Extra no 6, UItg. Frans Halsmuseum)

http://www.museumserver.nl/museumkrant/editie20/pag2.htm

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>