Frans Hals Museum

De binnentuin van het Frans Hals Museum

De binnentuin van het Frans Hals Museum

In 1998 organiseerde het Frans Halsmuseum een overzichtstentoonstelling met schilderijen en tekeningen van Jacobus van Looy waarmee de schilder weer onder de aandacht van velen werd gebracht. Daarbij verscheen een uitvoerige – helaas uitverkochte – catalogus uitgegeven in samenwerking met Waanders Uitgevers in Zwolle en geschreven door Jacqueline Bel, René Boitelle, Enno Endt, Joyce van der Smit-Meyer en Chris Will.

In het Frans Halsmuseum is nog wel verkrijgbaar de brochure Jacobus van Looy, schilder van huis uit, schrijver door toevallige omstandigheden, in de reeks Kijken in Haarlem Extra no. 6. Geschreven door Mieke van der Wal

In Antiquariaten en op rommelmarkten duiken nog regelmatig de boeken geschreven door Jacobus van Looy. Sommige beleefden meerdere drukken. Bekend zijn de bundels Feesten, Gekken en Reizen. Maar Van Looy werd vooral bekend als schrijver van de trilogie Jaapje-Jaap-Jakob. Voor 21ste eeuwse lezers zijn de verhalen van Van Looy wellicht wat breedvoerig, terwijl het uit de tijd van de Tachtigers daterende gebruik van nieuwe en beeldende woorden voor de moderne lezer te gezocht en gekunsteld is, maar voor wie daar doorheen leest is het proza van Van Looy zo beeldend en zo passend bij zijn manier van zien dat het lezen van een verhaal of een gedicht bijna noodzaak is om zijn schilderijen ten volle te waarderen. Een voorbeeld daarvan is het verhaaltje bij de in 1888 geschilderde dode poes, waaruit hieronder een fragment.

Dode Poes

Dode Poes

Bij de dood van mijn poes

…… Was dat mijn poes, mijn kleine poes? Neen, neen, dat was een vreemd beest, een oud beest, een verlopen beest. Waar waren haar jonge ogen, haar klein kinderronde ogen? Waar haar mooi vel met de glimmende runen? Waar haar ijdele staart, en waar, het heerlijke fluweel van haar oortjes? Neen, verdoemd, dat waren de vage ogen van een zielig mens, overgeplant in een vreemde omgveing. Dat was ziek gekijk, niet dat van mijn beestje … verdoemd.
Miauw! … wat een ver geluid … Dat kwam nog uit het land, dat kwam nog van de straat, en ‘k had het wel gezien, het bekje van binnen was niet rood meer, maar blauwwit, nachtwit, winterwit, doodwit …
…Miauw! … “Schei uit, beest. Schei uit, of ‘k jaag je weg …”
In mijn stoel en aan ‘t redeneren: “Waar kom je vandaan? Waar heb je zolang gezeten hé?” …
“Heb je geen honger? Al drie dagen staat daar vlees en brood en melk, waar ben je geweest in al die kou, naar beest.
“Kom dan maar hier. Ben je koud, daar is de kachel. Kom je niet?”
Toen heb ik haar opgenomen, getild naar mij op en op mijn knieën heb ik haar gezet. Ze woog bijna niet meer. Ze was enkel koud vel, met een armzalige levende kop er aan, het haar voelde stug en koud … het zachte gedons onder de buik was aan elkaar gekleefd en tot piekjes bevroren. Wat was ze stil, wat was het stil, wat was de nacht groot en de kou overal …
Zacht voelde ik mijn hand gaan over het vel van mijn beestje en toen is stil een groot leed komen opzwellen naar mijn ogen.

http://www.franshalsmuseum.nl/

http://www.dehallenhaarlem.nl/archief.html?lang=nl

http://www.museumserver.nl/museumkrant/editie20/pag2.htm

 

 

Frans Hals Museum aan het Groot Heiligland Haarlem

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>