De tuin in het Teylers Museum

ks_2013_001_nieuw

Teylers Museum heeft een topstuk van de Nederlandse schilder en schrijver Jacobus van Looy (1855-1930) aangekocht. Het forse doek met de titel De tuin(1893) is verworven met steun van de BankGiro Loterij, Stichting Roodenburg van Looy en Teylers Museum Fonds. ‘Een fenomenaal werk dat zondermeer standhoudt naast Impressionistische landschappen van Monet, Pisarro en Sisley. De gedurfde hoge horizon, de ogenschijnlijk lukraak gekozen uitsnede en het bijna monomane van die maar doorgaande Oostindische kers maken het voor mij tot een droomschilderij – mooier dan menig werk van Monet of Manet’, aldus hoofdconservator Michiel Plomp. Het meesterwerk is vanaf nu te zien in de pas gerestaureerde Tweede Schilderijenzaal van het museum die uit hetzelfde jaar stamt als het schilderij.

De tuin
Van Looy vervaardigde De tuin in de zomer van 1893 toen hij net terug was van een bezoek aan Parijs. Door de lichte toets en de abrupte afsnijdingen sluit het schilderij wonderwel aan bij het Franse Impressionisme. In Nederland was de interesse hiervoor eind 19de eeuw niet groot. Zo negatief als de kranten over zijn schilderij schreven toen het in de kunstenaarssociëteit Arti geëxposeerd werd, zo positief waren zijn collega’s. De toenmalige directeur van Museum Boijmans was ‘perplex’ van het werk en Isaac Israëls noteerde: ‘Het is het beste schilderij dat er is [in Arti], dus er is geen kwestie van of jij had de medalje moeten hebben’. Van Looy schilderde het doek direct buiten en plein air. Terwijl de uitgestrekte bloemenzee van Oostindische kers, slaapmutsjes en zonnebloemen buitenleven suggereert, is het doek tot stand gekomen in de Amsterdamse Pijp, in een tuintje aan de Rustenburgerstraat. Het jonggehuwde stel was daar in 1892 gaan wonen. De vrouw op de achtergrond is Van Looy’s echtgenote, Titia van Gelder.

Jacobus van Looy
Jacobus van Looy, afkomstig uit Haarlem en behorend bij de literaire beweging de Tachtigers, geldt als één van de origineelste Nederlandse kunstenaars rond 1900. Hij groeide op in het gereformeerde weeshuis van Haarlem (het huidige Frans Hals Museum). Dankzij een toelage van Teylers Stichting kon hij in 1877 naar de Rijks-Academie van Beeldende Kunsten in Amsterdam gaan. De toenmalige kastelein van Teylers en leermeester van Van Looy, Hendrik Jacobus Scholten, droeg ook bij aan zijn opleiding. Verder ondersteunde Teylers de jonge kunstenaar door in de periode 1885-87 ruim honderd tekeningen van zijn hand te kopen. Van Looy behoorde met o.a. Willem Witsen tot de oprichters van kunstenaarsvereniging Sint Lucas. Naast het schilderen schreef Van Looy gedichten en verhalen; het bekendst is zijn deels autobiografische cyclus Jaapje-Jaap-Jakob. Omdat critici altijd wat aan te merken hadden op zijn werken zond de gevoelige Van Looy na 1894 – het jaar van inzending van De tuin – nauwelijks nog stukken in naar tentoonstellingen.

Zeldzaam
Van Looy was een bijzonder origineel schilder die zich zowel met landschappen, portretten, stadsgezichten als genretaferelen bezighield. Later in zijn leven is hij zich met voorstellingen van bloemen en vruchten uit zijn eigen tuin gaan bezighouden. Dit werk is daar het eerste en direct ook weer het mooiste en grootste voorbeeld van. De tuin is een van de slechts vijf grote bloemenschilderijen die er van Van Looy bekend zijn. Drie bevinden in privécollecties in Nederland en de Verenigde Staten. In het Rijksmuseum hangt het doek Zomerweelde (ca.1900, bruikleen van het Stedelijk Museum).

13 november
Dit bericht is geplaatst in Stichting Jacobus van Looy. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.